Robberto's publications

Dromen in de Indiase opvattingen

Het onderzoek naar het “veld van bewustzijn” mag in ons deel van de wereld nog in de kinderschoenen staan, de Indiase wetenschap beschikt al vele eeuwen over gedetailleerde en diepgaande kennis over de verschillende bewustzijnstoestanden. Ook over dromen en slapen bieden de oeroude Indiase bewustzijns- en gezondheidswetenschappen uitvoerige informatie.

Als je je verdiept in de Indiase inzichten in herkomst en waarde van dromen en andere bewustzijnstoestanden, moet je terdege beseffen dat je een totaal andere denkwereld dan de westerse betreedt. Een denkwereld die het “bewustzijn” ontleedt op de analytische, operatieve manier, waarmee wij gewoonlijk vraagstukken benaderen, maar waarin de feitelijke kennis voortkomt uit eigen ervaring.

Deze in Upanishaden en Veda’s opgetekende ervaringen verschaffen de onderzoeker een schat aan praktijkkennis, opgedaan door een niet aflatende belangstelling voor de “binnen-wereld”. Niet zo verwonderlijk dat deze benadering resultaten opleverde, die ons in eerste aanleg buitenissig kunnen voorkomen.

Zo kennen de Upanishaden (wijsgerige geschriften waarvan de oudste wellicht al rond duizend jaar vóór Christus werden geschreven) aan alle bewustzijnstoestanden bijbehorende letters, centra en “deva’s” toe.

Deva’s vertaaldt men vaak als god of godheid, maar de term kun je veel beter begrijpen als je een “deva” beschouwt als een impuls van (kosmische) intelligentie, die bepaalde natuurwetten bestuurt.

De waaktoestand

De bekendste bewustzijnstoestand? Uiteraard de waaktoestand. In het Sanskriet: Jagrat. Volgens de Upanishaden zetelt deze toestand in je oog en in navel. Brahma geldt als de impuls van de schepping. Omdat in de waaktoestand alle objecten van onze verlangens worden geschapen of gerealiseerd, noemt men Brahma de deva van deze toestand.

De letter die bij het waken hoort, is de A. De A staat voor het eerste element van het leven. Het komt van de wortel ap en dat betekent “verkrijgen”. De Mandukya Upanishad zegt: “Wie dat kent, vindt al zijn verlangens vervuld”.

In de waaktoestand ervaren we gebondenheid door de boeien van zintuigelijke waarneming en verlangen. In de droomtoestand hebben we een grotere vrijheid. Omdat daar het zelf een eigen wereld maakt, uit de materialen van de gewone wereld. Hoewel we in de droomtoestand, droombeelden als werkelijkheid zien, produceren we ze uit onszelf.

Droombewustzijn

De tweede toestand: Svapna, de droom toestand. Deze zetelt in de keel. De bijbehorende letter: de U, het tweede element. In de droomstaat ervaar je een gewaarzijn van de innerlijke, puur mentale toestanden. Dromen ontstaan uit onvervulde verlangens naar, of bindingen met zintuigelijke objecten, die onbewust indrukken hebben achtergelaten in de geest. De Sushrüta Samhita, een klassiek medisch handboek, gaat daar dieper op in:

“Het Zelf, dat zich uit via het lichaam van de mens, verzamelt door de geest, waarin Rajas (activiteit) overheerst, de herleving van zijn bestaan dat aan die periode voorafging.

Het wekt op het psychische vlak de beelden van goede of slechte daden op, die je daarin gedaan heeft.

Dromen zijn slechts de belichaming van deze herlevingen. Altijd wanneer de bedriegelijke energie van Tamas (inertia) de zintuigen bedwelmt, zegt men van het Zelf dat het slaapt, ook al slaapt hij zelf niet.”

Allerlei verlangens, die je in de waaktoestand niet kon vervullen, blijven in deze toestand “bewaard”. Deze functie van bewaren of instandhouden, hoort bij de deva Vishnu: de instandhouder van het creatieve proces.

Wat of wie vormt de droombeelden? De zintuigen werken dan niet meer, alleen “het licht dat het Zelf eigen is”, is actief. Brhad Aranyka Upanishad stelt:

“Er zijn daar geen wagens, noch paarden, noch wegen, maar hij schept (projecteert vanuit zichzelf) wagens, dieren en wegen. Er zijn daar geen geneugten, geen genoegens, maar hij schept geneugten, genoegens en plezier.

Hij, voorwaar, is de maker, de schepper. Hij droomt door zijn eigen helderheid, door zijn eigen licht. In die toestand verlicht de persoon zichzelf.”

Droomloze slaap

Nidra en Sushupti zijn de benamingen voor droomloze slaap. Omdat in deze toestand alIe objecten van verlangen oplossen, heerst hier Rudra (Shiva), die zich in de mens manifesteert als de deva of impuls van oplossing, vernietiging. De bijbehorende letter: de M, het derde element. De M komt van de wortel mi: meten, en staat ook in verband met samensmelten, verzinken.

“Wie dit weet, meet (kent) alles en laat alles in zich samensmelten”,

stelt de Mandukya Upanishad.

Het centrum van de droomloze slaap bevindt zich in de lotus van het hart. Niet het fysieke hart, maar een subtieler centrum, dat volgens Sushruta de vorm heeft van een lotusknop, die met zijn top naar beneden hangt. Tijdens de slaap vouwt deze zich dicht, om zich bij de terugkeer van de waaktoestand weer te openen.

Elementen en temperamenten

De Vedische filosofie kent het concept van de drie “gunas“. Drie krachten waarvan men zegt dat ze samen verantwoordelijk zijn voor alle aspecten van het leven, inclusief dat van de geest.

Het gaat om Tamas (inertie), Rajas (activiteit) en Sattva (rust, stilte, zuiverheid). Slaap treedt op als de illusoire effecten van Tamas het hart omhullen. De eigenschap van Sattva doet je ontwaken.

Dit is een fundamentele natuurwet, zegt de Sushruta Samhita.

Als Tamas volledig overheerst, ontstaat er een diepe, onbewuste slaap, zonder enig onderscheidingsvermogen. Je ontwaakt dan wakker met zware ledematen. En een lusteloze, matte, lome geest, die je als het ware niet meer toebehoort.

Vergezelt Rajas Tamas, dan zeg je ‘s ochtends, dat je slecht geslapen hebt, duf bent en ongeschikt om te werken. Waarom? Omdat je geest onstandvastig heeft doorgemaald. Teveel Rajas veroorzaakt overactiviteit, rusteloosheid, en veel dromen.

Maar komt Tamas tegelijk met Sattva, dan herinner je je bij het ontwaken dat je goed hebt geslapen. Je geest is dan rustig, en je begrip is helder. Aldus de eerste commentaren op de Yoga Sutra’s van Patanjali.

Volgens de Ayurveda, de kennis van het (lange en gezonde) leven, spelen er drie “doshas” in het lichaam, die de fysiologische activiteiten besturen. Het gaat om Vayu (voor het gemak vertaald als lucht, wind), Pitta (vuur, hitte), en Kapha (water, slijm).

Volgens deze doshas en hun combinaties deelt Ayurveda alle mensen in bij bepaalde temperamenten. Mensen met een goede gezondheid hebben de doshas in balans. Door verstoringen van het evenwicht ontstaan er ziekten en die ook je dromen en slapen kunnen beïnvloeden.

Heb je een verzwakte Kapham (waterelement) en een verergerde Vayu (lucht/wind), of lijd je aan geestelijke en lichamelijke problemen, dan krijg je te weinig slaap. En/of een verstoorde slaap. Dan van je de slaap alleen als je moe en uitgeput stopt met over je zaken na te denken.

Voor de meeste “normale” mensen is het een logische zaak dat ze moe naar bed gaan, maar voor de echte yogi’s gaat dat niet op. Moeheid ontstaat door Tamas.

Iets wat de yogi’s juist proberen weg te werken. Zij proberen om zonder vermoeidheid naar bed te gaan, wat hun slaap veel helderder, korter en vruchtbaarder maakt. “De wijzen beperken hun slaap”.

Sommigen hebben slechts enkele uren slaap nodig, waarin ze nog bewustzijn ervaren ook. Er gaan zelfs verhalen over mensen die nooit slapen (o.a. in Yogananda’s boek “Autobiografie van een yogi”).

Dromen voor de dokter

De Ayurvedische geneeskundige vraagt zijn patiënten altijd wat hij de laatste tijd heeft gedroomd. Want mede aan de hand daarvan kan hij de ernst en het stadium van de ziekte bepalen.

De opsomming van onheilspellende dromen beslaat enkele pagina’s. Heb je zo’n slechte droom gehad, dan moet je op een veelbelovend onderwerp mediteren, en dan gaan liggen en mantra-meditatie beoefenen. Je moet er niet over praten met anderen. De negatieve effecten van de droom kan je te niet doen door drie nachten in volle devotie in een tempel te verblijven…

Sommige dromen hebben geen negatieve effecten. Namelijk als de droom helemaal in de lijn ligt van het lichamelijke temperament van de dromer.

Voor een Vayu-temperament gelden vliegdromen als normaal. Laaiende vuren, bliksemschichten of vallende meteoren horen bij Pitta. En waterreservoirs, watervlakten, e.d. bij Kapha. Ook dromen die je hebt vergeten, of waarna positieve dromen volgden, hebben geen gevolgen. Hetzelfde geldt voor dromen die het resultaat ontstaan na een vooropgezette bedoeling of intentie.

De Sushruta Samhita vermeldt ook een aantal dromen met gunstige voortekenen. Namelijk dromen over leden van de hoogste kasten, godheden, koeien, ossen, vlees, vis, kransen van witte bloemen, in leven zijnde vrienden en familieleden, laaiende vuren, priesters, heldere watervlakten, koningen, witte doeken, fruit, het betreden van een koninklijk paleis, het beklimmen van een boom of heuvel, het rijden op een olifant en het varen over een rivier, meer, zee of woelig water.

Droom je als gezonde over deze dingen, dan staat je materiele voorspoed te wachten. Als zieke een snel herstel. Ook als je in een droom gestoken of gebeten wordt door een slang, bloedzuiger of bij, ontvang je genezing of gelukzaligheid. Dit staat misschien in verband met de toepassing van aderlating en bloedzuigers in de Ayurvedische therapie.

Gouden schat: Turiya

In zijn Yoga Sutra’s schrijft Patanjali dat je geest standvastigheid kan bereiken via de kennis die je opdoet in dromen of droomloze slaap. Dit kun je op verschillende manieren uitleggen. Je kunt bijvoorbeeld dromen over een godheid of een groot leraar. Dat bekoort het hart en als je in die toestand van bewondering of devotie ontwaakt, ervaar je een onverstoorbare kalmte. In die toestand kun je dan gaan mediteren, of gaan contempleren over die droom.

De sutra kan echter ook een andere betekenis hebben. Er staat namelijk: “kennis uit dromen of droomloze slaap”. Nou doet de gemiddelde mens weinig kennis op in zijn dromen, laat staan in droomloze slaap. In de Chandogya Upanishad staat:

“Net als mensen die een bepaald terrein niet kennen steeds weer over een gouden schat lopen, die ergens in de grond verborgen zit, en die ze maar niet kunnen ontdekken, zo verzinken deze schepselen elke dag weer in Brahman, maar ontdekken dat niet, omdat ze zich door onwaarheid laten meeslepen.”

Overal in de Upanishaden vind je aanwijzingen over die “gouden schat”: de vierde bewustzijnstoestand, transcendent bewustzijn. De Sarvopanishad zegt daarover:

“Als de essentie van bewustzijn, dat zich manifesteert als de drie (eerste) toestanden, getuige is van die toestanden – maar zelf zonder die toestanden – en blijft in de staat van ongescheidenheid en eenheid, wordt dat Turiya genoemd.”

De Mandukya Upanishad legt verder uit wat het wel en niet is:

“Turiya is geen staat die uiterlijke of innerlijke objecten waarneemt, het is niet iets wat kent, noch iets wat niet kent. Het is onzichtbaar, men kan er niet over spreken, ongrijpbaar is het, het heeft geen kenmerken, geen naam, het is de essentie van de kennis van het Zelf, het is vol vrede, vol liefde, er is geen dualiteit in, dit is de staat die men moet kennen, dit is de staat van het Zelf. De vierde staat van het Zelf komt overeen met AUM als Een, ondeelbaar Woord. Hij is één en geheel; onvermurwbaar.”

Dit staat voor het Grote Geheel, het Al, de Totaliteit: Brahman. En de zetel in je lichaam: je kruin.

Kennis door schouwen

De Vedas geven een uitgebreide kennis over alle bewustzijnstoestanden en hun mogelijke ontwikkeling. “Veda” betekent: kennis. De boeken van de Vedas gelden als de “blauwdrukken” van deze kennis.

Een Indiaas gezegde luidt: “wat in het boek staat, blijft in het boek.” Niet wat op papier staat, vormt echte kennis, maar wat je ervaart. Want “kennis is gestructureerd in bewustzijn”.

Dit geldt ook voor alles dat de Vedische literatuur zegt over dromen en slapen. Wil je die toestanden kennen, moet je zelf ervaren wat ze inhouden. Dat vergt een onveranderlijk referentiekader, net als bij elk wetenschappelijk onderzoek. Bij slaap-en droomonderzoek is dat erg moeilijk. Want dat hangt altijd af van de subjectieve beschrijvingen van proefpersonen.

Die waarnemingen zijn vrijwel altijd gekleurd. Wie wat over dromen wil weten, moet altijd afgaan op informatie uit het verleden. Meteen beïnvloed door het heden. Direct na je ontwaken gaat je omgeving meespelen. Je ervaring is dan niet zuiver meer. Maar een herinnering, vermengd met allerlei zintuigelijke indrukken, gedachten, gevoelens, enz., die je geheugen beïnvloeden.

Tenzij je ‘s nachts gewaar kunt blijven en de hele cyclus van inslapen, dromen, diepe slaap, ontwaken bewust kunt ervaren, en schouwen. Een concrete mogelijkheid volgens de bewustzijnswetenschap van de Veda en Yoga.

Talloze boeken in het Westen geven informatie over, en interpretaties van de veranderlijke (dus relatieve) toestanden van dromen en slapen. Maar met name de Upanishaden hebben het over een vierde, onveranderlijke (dus absolute) toestand.

“Waarlijk, het Zelf is hetzelfde in de toestanden van waken, dromen en droomloze slaap”,

zegt de Amritabindupanishad.

Heb je deze toestand bereikt, dan heb je altijd “lucide” of bewuste dromen. Maar niet alleen dat: je bent ook bewust in diepe slaap. JE lichaam slaapt, je zintuigen slapen, maar iets in je blijft wakker. Dat “iets” noemt men zuiver bewustzijn, transcendent bewustzijn, Turiya. Beoefenaars van yoga en meditatie ervaren deze toestand eerst af en toe in hun meditaties. En intellectueel kun je verklaren dat je deze toestand kunt ervaren ervaren op de momenten waarin je waken overgaat in slapen, je slapen overgaat in dromen, je dromen in slapen, en je slapen in waken.

Eén van Shiva’s 112 manieren om te transcenderen en Turiya te ervaren, luidt:

“Op het punt van slapen, als de slaap nog niet gekomen is en de uiterlijke waakzaamheid verdwijnt, op dit punt openbaart zich het Zijn.”

Hetzelfde moet in principe kunnen bij het ontwaken. Vandaar dat sommige leraren je adviseren om ‘s ochtends bij het ontwaken niet meteen op te staan, maar met gesloten ogen te blijven voelen hoe je lichaam en zintuigen ontwaken.

Maar je kunt verder gaan.

“De vierde staat van universeel Zijn, Turiya, moet je laten bestaan naast de andere drie bewustzijnstoestanden”,

zeggen de Shiva Sutra’s. Want dan leef je pas echt.

“Hoe kunnen we van het leven genieten als we niet eens van de slaap kunnen genieten?”

vraagt Maharishi Mahesh Yogi.

Als je dag en nacht het Zelf ervaart als een onafgebroken toestand van oneindigheid, eeuwigheid, onbegrensdheid, geldt je als “verlicht”, “bevrijd” of “kosmisch bewust”. Maar hoe bereik je die toestand?

De Shiva Sutra’s geven een antwoord:

“Om dat te bereiken, moet men de drie toestanden van waken, dromen en slapen offeren in het vuur van Turiya.”

Turiya: puur bewustzijn, volkomen zuiver, zonder meer. Het groeiproces naar verlichting betreft een zuiveringsproces. De drie normale bèwustzijnstoestanden moet je steeds weer afwisselen met Turiya, wat je lichaam en geest steeds meer zuivert. Op den duur kun je dat zuiver bewustzijn dan constant ervaren. Het is altijd al aanwezig, maar het zenuwstelsel en de geest moeten genoeg zuiverheid (Sattva) bezitten om het te kunnen reflecteren. Net zoals alleen schoon en rustig water een goede weerspiegeling geeft van de hemel.

Gezonde slaapgewoonten

De Ayurvedische literatuur beschrijft een heleboel dingen, die je (in)slapen en dromen positief beïnvloeden. Zoals:

  • ontspanning en meditatie overdag
  • een lauw bad nemen en je haar kammen vóór het naar bed gaan
  • een lichte massage van handen en voeten met warme olie
  • je lichaam met een reinigende pasta masseren
  • in je oren wat warme olïe druppelen.

Voeding waarop je goed zou moeten kunnen slapen:

  • cakes van rijst en tarwe bereid met suiker of melasse,
  • allerlei zoete en verzachtende dingen met melk,
  • druiven,
  • rijpe (of gebakken) banaan met poeder van geroosterd komijnzaad,
  • ghi (gezuiverde boter),
  • verse boter,
  • Indiase Waternavel, enz.
  • Poeder van sandalhout smeren als verkoeling op je kruin, slapen, voorhoofd, tepels en navel – Dit zou helpen als je onrustig droomt en/of slaapt door teveel hitte in je lichaam.

Ook de slaaprichting geldt als belangrijk. De geschriften raden aan om met je hoofd naar het Oosten te slapen. In geen geval naar het Noorden, wegens energieverlies.

In verband met de spijsvertering slaap je ‘t best op je linkerzij, met je hoofd hoger dan je voeten.

Volgens Ayurveda hebben ook de verschillende perioden van de dag hun specifieke eigenschappen. En leef je ‘t best in overeenstemming met de natuurritmen. Dus vroeg naar bed, als ook de natuur gaat slapen. En heel vroeg op, vóór zonsopgang, omdat dan golven van Sattva de natuur’wakker maken en de Tamas verdrijven.

Het valt op, dat verschillende Westerse droomonderzoekers melden, dat er juist in die periode van Sattva (in de hele vroege ochtend) de meeste bewuste, lucide dromen voorkomen.

Zuiverheid

Volgens de Yoga- en Ayurvedaliteratuur is het uiterst belangrijk om “sattvisch” te leven. Hoe meer Sattva (zuiverheid) overheerst in lichaam en geest, hoe helderder men is in de droomen slaapperiodes. Er zijn uitgebreide regels voor de dagelijkse routine, waarvan hier enkele.

Voedsel heeft een grote invloed. De Bhagavad Gita zegt: “oudbakken, verschaald, rottend en bedorven, overgeschoten restjes en onrein”: Tamas. Dat maakt je geest duister, traag, onbewust.

Rajas (“bitter, zuur, zout, zeer heet, erg pikant, droog, brandend scherp”) veroorzaakt een overmaat aan activiteit, onrustig slapen en dromen, enz.

Sattvisch voedsel stimuleert “vitaliteit, energie, kracht, gezondheid, blij moedigheid en opgewektheid ten goede komt, smaakt heerlijk en aangenaam, en voelt voedzaam”. Sattvisch voedsel maakt je geest licht, helder. bewust, energiek.

Onder deze categorie valt puur voedsel, dat licht verteerbaar is en geen afvalstoffen achterlaat. Voedzaamheid is belangrijk, maar op de eerste plaats komt de verteerbaarheid. Want hoe makkelijker iets te verteren is, hoe minder energie je verspilt.

Om die reden bijvoorbeeld granen eerst pellen, slijpen, roosteren, en dan koken. Vruchten: schillen, noten en zaden roosteren en fijnmalen. Kies bij voorkeur groenten met een beschermende schil, zoals komkommers, gourchettes, meloenen, en pompoenen. Niet rauw, maar goed gekookt.

Voor al dit eten geldt: vers, heet van het vuur (maar nooit opgewarmd). Hoewel de zoet smaak moet overheersen, moet je de 5 andere smaken ook toevoegen, om de “doshas” in balans te houden.

Ook de hoeveelheid voedsel speelt een grote rol. Als algemene regel geldt:

“Vul de maag voor de helft met voedsel, voor een kwart met water, en laat de rest vrij voor lucht”.

Bij voorkeur eet je ook maar één keer per dag: in de voormiddag. Dan heeft je gestel volop tijd om het eten te laten verteren, en krijgen je organen voldoende rust. Dit heeft tot gevolg dat je ‘s nachts veel helderder blijft, én minder slaap nodig hebt.

Wil je toch vaker eten, dan het liefst voor zonsondergang, tenminste drie uur voordat je gaat slapen. Maar niet hongerig gaan pitten…

Tenslotte, een klein uitstapje buiten de Indiase grenzen, een dromencitaat uit het Tibetaanse Dodenboek:

“0, moge nu,
terwijl het droombardo voor mij aanbreekt,
het bewustzijn onafgebroken in zijn oorspronkelijke staat blijven,
terwijl de bovenmatige, op de dood lijkende domheidsslaap zich opheft.

Laat ik,
terwijl ik de ware aard van de dromen doorzie,
mij mogen oefenen in het heldere licht
van de wonderbaarlijke omzetting.

En niet langer uit traagheid handelend zoals de redelozen,
het bewust kunnen overgaan van de slaaptoestand
naar de waakervaring, waarderen.”

© 1980/2019 Robberto Bos

Noten:

  • Oorspronkelijk gepubliceerd in Prana: tijdschrift voor geestelijke verruiming en randgebieden der wetenschappen, nummer 19, voorjaar 1980, themanummer “Dromen en Visioenen”.
  • Schrijfstijl iets aangepast in 2019.
  • De informatie in het artikel baseerde ik op teksten uit de yogische en ayurvedische geschriften, en op enige eigen beleving.
  • Beschouw de informatie in het artikel niet als waarheid, maar als mogelijkheid. Onderzoek wat wel en niet voor je werkt.

Leave a Reply

Your email address will not be published.

Translate »