Robberto's publications

Belevenissen met mijn dementerende moeder

Na een paar jaar thuis ploeteren, belandt mijn moeder rond haar 84ste in een verzorgingshuis. Hier wat van onze belevenissen.

Niet weten

Al gauw merk ik dat die dementerende mensen elkaar weinig of niks te vertellen hebben. Behalve dat ze af en toe lopen te vitten op wat ze gek vinden aan elkaar. Dus als ik er óók passief bij ga zitten, blijft het een passieve, tragische boel… Eerlijk gezegd heb ik weinig zin om dááraan bij te dragen. Dus ontstaat de uitdaging: hoe kan ‘t anders?

Nog iets dat me opvalt tijdens mijn bezoeken:  de aanwezigen weten niet veel meer, en daardoor raken ze gefrustreerd. En dat anderen ‘t wél weten, vergroot hun frustratie. Steeds weer. Door mijn trainingen op ‘t gebied van improvisatie, cliniclownen, en provocatieve therapie heb ik geleerd om te spelen met een “wolk van niet weten”. Dommer en dwazer handelen dan de anderen. Dat verhoogt automatisch hun “status”. Dat werkte op het podium en in kinderziekenhuizen. Hier ook..?

Proef

Op een avond geef ik mijn moeder een dropje. Even later vraagt ze verbaasd:

– Wat heb ik in mijn mond?
– Ik weet het niet. Laat eens zien… Ah, ‘t is zwart. Maar wat is het… Waar smaakt het naar..? Is het chocola?
– Nee… drop.

Niks moet

– Waar ben ik ergens? Ik snap niet waar ik ben, zegt ze, verward kijkend.
– Geen idee. Wat zou het hier zijn?

Speurend kijk ik rond.

– Ah, het lijkt wel een verzorgingstehuis.
– O. Wat doe ik hier?
– Ah, niks. Lekker niks. Ik doe hier ook niks. We zitten hier gewoon maar samen wat te niksen. Samen niksnutten. Een beetje luiwammesen. Heerlijk toch?

Ze glimlacht, duidelijk opgelucht, en ontspant in haar stoel.

Gerust

Ze zit alleen. Afgezonderd van de anderen. Ik vraag:

– Die mensen daar, om die tafel, die zijn van alles aan het doen. Het lijkt wel een vergadering. Is dat een belangrijke bespreking?

Ze bromt:

– Dat denk ik niet. Met al die dames aan tafel kan dat niks voorstellen. En kijk, die hangt helemaal languit in d’r stoel.
– Ah, ja. Ze hangen maar. En wij doen ook lekker niks. Er hoeft helemaal niets. En je wordt hier goed verzorgd, toch? Alles wordt voor je verzorgd…
– Dat is een geruststellend idee! zegt ze, berustend.

Flirt

Er strompelt een dame voorbij.

– Wat hebt u een prachtige lange vlecht,

zeg ik welgemeend. Ze glundert.

– “Dankuwel. Dat hoor ik niet vaak. En nog wel van een man…”

Best wel

Ik neem chocolaatjes mee, en deel ze uit. Zelfs een wat autistisch lijkende meneer komt 3 keer 1 seconde uit z’n kruiswoordpuzzelboek voor een chocolaatje. Een dame gaat door de chocolaatjes zowaar met me in gesprek, en vraagt m’n moeder uiteindelijk:

– Is het een aardige jongen?

Moeders kijkt ondeugend, komt een beetje uit haar schulp, glundert, en antwoordt:

– Ja hoor, hij is best wel aardig. 

Jongleren

Naast de televisie zie ik een jongleerbal liggen. Ik pak hem, en speel er wat mee. Na een paar minuten dringt dat tot mijn moeder door.

– Hoe kom je daaraan? vraagt ze.
– Geen idee. Ik vind hem zomaar.

Ze knikt.
Even later zie ik een fruitschaal met 2 sinasappels. Aha. Ik ga jongleren met die jongleerbal en twee sinasappels.

– Waar is dat goed voor? vraagt mijn moeder.

Met een niet-wetende blik kijk ik haar aan, en haal mijn schouders op.

– Ik zou het niet weten. Ik doe maar wat.

Ze glimlacht.
Na een poosje komt er een medewerkster naar me toe. Een nieuwe vrijwilligster. Duidelijk in de waan dat ik een van de dementerenden hier ben. Ze vraagt vriendelijk maar dwingend:

– Meneer, wilt u die sinasappels en bal weer voorzichtig op hun plaats terugleggen?

Ik kijk de dames aan, zucht, berust in mijn lot, en volg haar aanwijzingen op.
Als ik later wil vertrekken, en de code op het deurslot wil intikken, komt ze snel naar me toe om te voorkomen dat ik ontsnap. Ik knipoog naar haar en fluister:

– Hou me hier niet vast, ik kom hier als bezoeker…

Stomverbaasd laat ze me gaan.

Vandaag de dag

– Wat voor dag is het vandaag? vraagt mijn moeder – voor de zoveelste keer.
– Tja… Geen idee. Ik zou het niet weten.

Ik haal m’n schouders op. Ze kijkt opgelucht en vol herkenning. Vragend kijk ik die andere dame aan.

– Misschien is het donderdag, zegt die.
– Misschien wel ja. Máár… Het zou misschien ook maandag wel kunnen zijn. Of woensdag, of een heel andere dag. Toch..?
– Ja, dat zou kunnen, zegt ze glimlachend.
– We weten het niet. Wat doet het er eigenlijk toe? Vandaag is het vandaag, toch? Elke dag dat we vragen welke dag het is, is het vandaag. Toch?

Allebei knikken ze.

– Welke dwaas heeft al die dagen eigenlijk uitgevonden? Wie heeft het zo ingewikkeld gemaakt?

We hebben er gezamenlijk geen idee van. Mijn moeder haalt haar schouders op. Met z’n drietjes schieten we in de lach.

Tafelvoetbal

Op een andere dag haal ik die jongleerbal weer tevoorschijn. Er begint een soort tafelvoetbal tussen mijn twee handen. Vier paar ogen kijken er vol verbazing naar.

– Wat doe je nou? Waar is dat goed voor?
– Tja, nou, uh, pfff, lijkt me nergens goed voor. Hoeft toch ook niet? Ik doe maar wat.

Weer een glimlach van herkenning.

Ik tafelvoetbal verder. En laat na een poosje de bal expres hun kanten uit rollen. En zowaar, hun handen schieten uit. Ook de meneer komt uit z’n puzzels en balt mee. Grote grijnzen. We hebben lol.

– Wat doen we nou? Waar is dat goed voor? vraagt mijn moeder na een poosje opnieuw.
– We doen maar wat. We spelen. Nergens goed voor, maar wel leuk, toch?

Geknik, gelach, en we spelen door. Dan rusten we weer in stilte.

Vreemde vogels

Ik zie twee nepvogeltjes op een plastic stronk naast de televisie staan. Sta op, pak ze, en zet ze voor me op tafel. Voordat de dames het doen, vraag ik zelf:

– Waar komen die nou weer vandaan?

Diverse schouders, inclusief de mijne, gaan onwetend omhoog. Enthousiast tjirp en fluit ik naar het vogelduo. Pak de stronk op en vraag of ze kunnen praten. Geen antwoord natuurlijk. Teleurgesteld:

– Ze zeggen niks…

Maar dan… voelt een van mijn vingers een schakelaartje onder de stronk. Ik zet het om, maar dat heeft geen effect. Jammer. Ik zet de stronk weer neer. En maak een hulpeloos gebaar met mijn handen.
Precies dan tsjirpen opeens de vogeltjes..!
Speels schrik me een bult en deins terug. Iedereen staart me aan. Opnieuw ga ik met mijn handen naar de vogels, en waarachtig, ze tsjirpen weer. De goden werken mee vandaag. Er moet een sensor inzitten, want alleen als mijn handen in de buurt komen, maken ze lawaai. Dus we communiceren in vogeltaal.
De dames zitten er met grote ogen gefascineerd naar te kijken en luisteren.

– Ik snap er niks van, hoe kan dat nou allemaal?, stamel ik.

De dames knikken, begrijpen mijn onbegrip, en glimlachen me bemoedigend toe.

Lekker veilig

Als ik op bezoek kom, zit iedereen stilletjes in zich zelf te niksen. Mijn moeder in een hoek, met een grote tafel tussen haar en de andere mensen. Ze kijkt serieus.
Ik ga bij haar zitten. Expres niet tegenover, maar naast haar. Samen observeren we de anderen. Ik zeg:

– Je zit hier vast omdat je hier alles goed kunt overzien he?
– Ja.
– Lekker veilig, kun je iedereen in de gaten houden.
– Ja.

Een vage glimlach.

– Vooral die man daar zeker?
– Ja.
– Dat vind je een beetje een vreemde snuiter.
– Ja.
– Je vindt het maar raar dat hij de hele tijd zit te bewegen.
– Ja.
– Voel je je er onrustig door?
– Ja.
– Dus maar goed dat je hier zit!

Dankbaar kijkt ze me aan.

Ritme

Als ik er vaker kom, zie ik dat die “onrustige man” als enige in beweging blijft. Als hij niet puzzelt, dan trommelt eindeloos met z’n vingers, schommelt met z’n lijf, tikt met z’n voeten.
Hij leeft tenminste nog een beetje. Heeft nog wat ritme en circulatie in z’n body. Alle anderen zitten er maar doods bij, en vinden hem abnormaal en irritant…

Quiz

Op een middag. De televisie staat weer aan, iedereen hangt ervoor, maar niemand kijkt ernaar. Allemaal lege ogen, die voor zich uit staren. De enige man in het ongezellige gezelschap dommelt weg met een kruiswoordpuzzelboek op z’n schoot. En mijn moeder bevindt zich weer veilig ver weg achter haar tafel.
Een poosje zit ik stil naast haar.
Dan krijg ik opeens een ingeving. Zonder dat iemand me ziet, loop ik stilletjes naar een plantenpot, waarin naast de plant een poppetje staat. Een schildpadje. Ik verberg het in m’n linker hand.
Dan loop ik naar de televisie, en zet hem zomaar uit. Niemand vertoont ook maar enige reactie. Plotseling maak ik een sprong in de lucht, en zeg luid:

– Dames en heren!

Iedereen ontwaakt opeens. Ik ga verder:

– We gaan een quiz doen!

Verbazing alom.

– Er zit iets in mijn linker hand. Maar wat? Wie het raadt, krijgt een zakje chocolaatjes.

Vragend kijk ik in het rond. Maak ook uitnodigende gebaren. Geen reactie…
Maar dan zegt de onrustige man heel rustig:

– Een schildpad.

Ongelofelijk… Ik open mijn hand, en houd de schildpad omhoog. Iedereen kijkt verbaasd. Ik ook.
Ik prijs de man om z’n helderziendheid. Hij straalt. En krijgt de zak chocolaatjes uit mijn tas. Ik maak de zak open, geef hem een paar chocolaatjes, en vraag:

– Zullen we de anderen laten meegenieten?

Hij neemt er nog eentje, en vindt het dan goed.

Laatste ontmoeting

In haar leven heeft ze veel last van haar benen. Meer dan 20 operaties aan enkels, knie, en meer. In de tweede week van december  geven haar benen haar weer het nakijken. Dat verhaal gaat zo.

In het verzorgingshuis heeft ze een paar dagen veel pijn in haar been en buik. Maar niemand weet iets van een val. Ze krijgt dus pijnstillers.

Op vrijdag gaan mijn zus en zwager op vakantie naar Oostenrijk. Zaterdagmiddag krijg ik een onverwacht telefoontje. De dokter van het verzorgingshuis. Hij vermoedt een breuk, wil foto’s laten maken, of ik dat goed vind. Natuurlijk. Vermoedend dat er meer volgt, ga ik meteen mijn tas pakken…

Even later nog een telefoontje: ‘t blijkt een heuse heupbreuk. Of ik maar zo snel mogelijk naar het ziekenhuis wil komen…

In het ziekenhuis, op de afdeling spoedeisende hulp, ligt ze helemaal ontredderd en verward.

– “Ik begrijp er niets van. Ik begrijp er helemaal niets van”.

Ze zegt niet gevallen te zijn, en geen pijn te hebben.

De artsen willen met mijn zus en mij overleggen. Hoe verder gaan? Op de een of andere manier heeft ze haar bovenbeen gebroken, vlak bij het heupgewricht. Spontaan – door broze botten.

Kiezen we voor een heupoperatie onder volledige narcose..? Met een piepkleine kans op een goede revalidatie… En een reusachtige kans op verdere dementie, verwarring, angst, onrust, pijn…
Of kiezen we voor: terug naar “huis” met alleen maar pijnstillers… En dan – heel misschien – ooit nog kunnen zitten, maar niet lopen, wellicht nog een jaartje doorleven…

In goed overleg – tussen de 2 artsen, mijn zus via de telefoon, en mij – besluiten we voor dat laatste. Pijnstilling, rust, vertrouwde omgeving.

Zaterdagavond zit ik bij haar. Ze ligt in een ziekenhuisbed op de spoedeisende hulp. Ik houd haar hand vast, streel haar arm en haar. Steeds weer herhaalt ze:

– “Ik snap er niks van”.

Opeens kijkt ze anders, haar blik gericht op de muur, en zegt ze:

– “Ik zie iets raars.”
– Wat dan?
– “Een man. Een man met een hond. Zie jij het ook?”

Met haar meekijkend, en mijn verbeelding gebruikend, zeg ik:

– Ja… En als je voor me beschrijft wat je ziet, kan ik ze nog beter zien.

Dan vraagt ze:

– “Welke kleur heeft die hond?”

Vijn geestesoog zie ik mijn vader met hun trouwe Belgische herder Bjørn, en zeg:

– Bruin.

Zij heel pittig:

– “Wat voor bruin?”
– Lichtbruin.

Dan zakt ze weer weg. Ik vermoed dat ze echt haar man en Bjørn zag. En ik denk bij mezelf: wat mooi… Komen jullie haar halen..?

Vier andere personen komen haar halen. Om haar naar de ambulance te brengen.

– Heeft u geen pijn mevrouw?

Nou, ik heb haar nog nooit zo horen kreunen als op dit moment dat ze haar optillen en op de brancaar leggen. De woorden die deze altijd beschaafde dame uit, zijn absoluut niet voor herhaling vatbaar. Maar in de ziekenauto toont ze toch nog wat humor. Taaie tante. Zo rijden we terug, met de ambulance.

– Geen sirene!, commandeert ze nog.

Terug naar het verzorgingshuis. Als ze haar van de brancaar aftillen, herhaalt ze die niet voor herhaling vatbare woorden…

Bij binnenkomst in het verzorgingshuis gebeurt er – in mijn ogen – een klein wonder. Ze komt thuis! Ze leeft op, herkent de schilderijen van mijn zus en mij op de muur, begroet warm de lieve verpleegkundige. En ze lacht, zoals ik haar de afgelopen 10 jaar niet meer heb horen lachen. Thuis.

Het ontroert me. Ook de nachtverpleegkundige heeft tranen in haar ogen.

Dat blijkt de laastste avond dat ik met haar kan communiceren. De volgende ochtend heeft ze zoveel pijn, dat de dosis morfine flink omhoog moet. Ze komt niet meer bij. En zo overlijdt ze woensdagochtend vroeg. Met volle maan.

Rust. Vrede. Vrij.

❤️

 

Leave a Reply

Your email address will not be published.

Translate »